Voor mijn oma

Voor mijn oma

Als ik aan mijn oma denk ben ik weer even klein.
Als ik bij haar logeren mocht vond ik dat altijd fijn.
We gingen naar de speeltuin of de kinderboerderij,
En ik mocht mee gaan zwemmen, dat was dolle pret voor mij.

Vaak gingen we ook naar de stad, dan nam oma me mee.
Dan kreeg ik altijd peperkoekjes bij een kopje thee.
En steeds als het dan tijd werd om weer naar huis te gaan
Staken we in 't kapelletje eerst nog een kaarsje aan.

Ik leerde van haar haken, dat raak ik nooit meer kwijt.
Ook leerde ze me mijn eerste computervaardigheid:
Van oma leerde ik hoe ik Patience moest spelen.
En wie ooit Windows heeft gebruikt weet: Da's een essentiële.

En 's avonds speelde ik met oma uren rummikub.
Op dinsdag mocht ik soms zelfs mee naar de rummikubclub.
Ik mocht ook altijd zeggen wat ik graag zou willen eten.
En van dat tweede ijsje hoefde mama niets te weten.

Nu ben ik dan volwassen, de tijd die staat niet stil.
En af en toe gaat alles zo veel sneller dan ik wil.
Maar ik zal nooit vergeten hoe het was om kind te zijn.
Ik denk gewoon aan oma, en ik ben weer even klein.



Voor mijn oma