Title: Webpagina's schrijven: ik zie niet wat jij ziet
Author: Arnoud Engelfriet
Date: April 1998
Published in: Tekst[blad] jaargang 4 nummer 2

Webpagina's schrijven:
ik zie niet wat jij ziet

Inleiding

De opkomst van het World Wide Web in de afgelopen vijf jaar heeft een ware revolutie van nieuwe publicaties teweeggebracht. Het aantal WWW-sites en homepages waarin mensen informatie aanbieden over werkelijk elk denkbaar onderwerp is nauwelijks nog te tellen. De variatie in kwaliteit en leesbaarheid is echter helaas al even groot. Gedeeltelijk is dit te wijten aan het feit dat veel auteurs nauwelijks ervaring hebben met schrijven voor een groot publiek, maar ook voor ervaren tekstschrijvers is het vaak moeilijk om zich aan te passen aan de specifieke eigenschappen van dit nieuwe medium.

Een belangrijk verschil tussen schrijven voor het WWW en schrijven voor papier is dat niet te voorspellen is hoe een webpagina er bij de lezer uit zal zien, omdat die over een andere browser kan beschikken of van andere instellingen gebruik maakt. Bovendien beschikken lang niet alle lezers over de nieuwste computers en de meest recente programma's en plug-ins om gebruik te maken van alle nieuwe mogelijkheden van de techniek.

Dit artikel legt uit hoe een tekstschrijver er voor kan zorgen dat zijn teksten na publicatie op het WWW voor iedereen leesbaar zijn. Enkele eenvoudige vuistregels zijn voor de meeste situaties voldoende, maar er zijn ook een aantal wat gecompliceerdere gevallen waarmee rekening gehouden moet worden.

WYSIWYG schrijven voor het WWW?

Het World Wide Web is inmiddels zo'n vijf jaar oud, en het begint al een behoorlijk volwassen medium te worden. Waar auteurs vroeger nog met de hand cryptische symbolen en codes in hun tekst moesten plaatsen, zijn tegenwoordig grafische tools beschikbaar die de meeste opmaaktaken automatiseren.

Deze tools hebben echter ook één groot nadeel. Zij functioneren meestal net zo als een tekstverwerker. Markeert een auteur een stuk tekst als een kopje, dan zal deze tekst ook in de editor als kopje aangegeven worden. Dit wekt de illusie dat hier sprake is van WYSIWYG (What You See Is What You Get) schrijven. Wanneer de documenten dan uiteindelijk op het WWW geplaatst worden, blijkt dan dat een browser de tekst heel anders kan afbeelden, ook al is het op dezelfde computer. Het gebruik van een andere computer, of zelfs maar een andere monitor, heeft soms zelfs desastreuze gevolgen voor de leesbaarheid.

De opmaaktaal HTML, waarin WWW-documenten worden geschreven, is geen presentatietaal, maar een inhoudelijke. Dit wil zeggen dat de ``tags'' waarmee tekstelementen aangegeven worden, alleen maar aangeven wat de functie is van een element, en niet op welke manier dit element wordt aangegeven. De browser van de lezer bepaalt bij ontvangst van het document hoe een element met die functie afgebeeld wordt. Browsers hebben een standaard instelling, maar de gebruiker kan die naar eigen smaak aanpassen. Bij een monochroom scherm zou de gebruiker bijvoorbeeld kunnen kiezen voor een vet lettertype om links aan te geven, in plaats van de gebruikelijke blauwe tekst. Op een systeem waar bijvoorbeeld een groter lettertype niet mogelijk was, kan worden gekozen voor een andere kleur, of een grotere afstand tussen kopje en omringende tekst. Dit maakt een WWW-document platformonafhankelijk. Iedereen kan een HTML document schrijven en iedereen kan het lezen, ongeacht wat voor software en hardware zij daarvoor gebruiken.

Figuur 1
Veel mensen vinden het moeilijk om een document te schrijven zonder te weten hoe het er uiteindelijk uit zal gaan zien. Daarom gebruikten veel WWW-auteurs hun browser om te kijken of alles er ``goed'' uit zag, terwijl ze de tekst schreven. Zij vergaten daarbij dat browsers geschreven waren om fouten in de opmaak te omzeilen, maar dat verschillende browsers wel eens op verschillende manieren om konden gaan met zulke fouten. Wat er dus bijvoorbeeld op Netscape onder Microsoft Windows goed uit zag, gaf vaak mindere resultaten in een andere versie van Netscape op een Macintosh. De resultaten in andere browsers varieerden vaak nog veel meer. Figuur 1 geeft hiervan een voorbeeld: dit is twee keer hetzelfde document, afgebeeld in twee verschillende browsers.

Het blijkt nog steeds moeilijk om hier mee om te gaan. Wanneer een site onleesbaar of onbruikbaar blijkt, doen veel site-beheerders dit af met "Gebruik maar een andere browser" of "Wij beschouwen alleen Windows '95 gebruikers als potentiële klanten, dus of de site met een Macintosh werkt is niet interessant voor ons."

De opkomst van de al eerder genoemde grafische tools en editors heeft deze situatie alleen maar verergerd. Auteurs kunnen nu niet eens meer bepaalde constructies vermijden als deze problemen veroorzaken bij lezers, omdat het tool de uiteindelijke HTML-code produceert. Deze tools maken het ook mogelijk voor auteurs om zonder kennis van HTML documenten op het WWW te publiceren. Dit zou een voordeel moeten zijn, maar helaas betekent het maar al te vaak dat de auteur verwacht dat het er bij iedereen precies zo uitziet als bij hem thuis.

Het gebruik van Java, Shockwave en andere ``plug-ins''

Om aan de beperkingen van een tekstdocument met plaatjes te ontkomen, maken veel sites tegenwoordig gebruik van zogeheten ``plug-ins'', programma's die in staat zijn filmpjes, animaties, geluid en dergelijke in een WWW-browser te laten zien. Bekende voorbeelden zijn Java-applets en Shockwave animaties. Het gebruik van zulke plug-ins betekent echter wel dat de lezer het betreffende programma moet hebben ge-installeerd op zijn computer, voordat hij de informatie uit de plug-in kan bekijken. Deze programma's zijn vaak alleen beschikbaar voor Windows '95 en NT gebruikers, minder vaak voor Macintosh-gebruikers en al helemaal zelden voor andere besturingssystemen.

Nu is dat op zich geen probleem. Wil iemand per se zo'n filmpje bekijken, dan kan dat altijd wel vanaf een PC waarop de betreffende plug-in ge-installeerd is. Helaas blijkt dat men vaak plug-ins gebruikt om een specifieke lay-out van het document af te dwingen, of bepaalde eisen te kunnen stellen aan de gebruikte computer. Wanneer zo'n plug-in bijvoorbeeld de plaats inneemt van een navigatie-menu, wordt de site volledig onbruikbaar voor iemand die die plug-in niet ge-installeerd heeft.

Hoe toegankelijk te schrijven voor het WWW

De eenvoudigste manier om er voor te zorgen dat iedereen een document kan lezen, is tegelijk ook de meest beperkende: gebruik geen plug-ins, geen plaatjes, alleen platte tekst met minimale opmaak. Deze oplossing is echter voor de meeste mensen niet aantrekkelijk, ook omdat de meeste lezers wel wat meer verwachten van een WWW-site en omdat de meeste informatieleveranciers ook wel wat meer willen bieden. Wie meer wil bieden, zal echter moeten accepteren dat hij geen absolute controle heeft over de presentatie van zijn document bij een lezer. Wat zijn nu enkele punten waar je als auteur rekening moet houden?

1. Beperk je niet tot één medium

Ga er niet van uit dat de lezer over hetzelfde systeem beschikt als de auteur. Kleine verschillen in hard- of software kunnen al grote verschillen in de uiteindelijke presentatie tot gevolg hebben. Sommige sites proberen een consistente presentatie te verkrijgen door teksten als ``Maak uw browser nu 800x600 pixels breed en kies 12 punts Times New Roman als standaard lettertype''. De ervaring leert dat dit slechts door zeer weinig lezers ook gedaan wordt. Meestal omdat ze het te veel moeite vinden, maar soms ook omdat ze eenvoudigweg niet eens weten hoe dat moet. Sterker nog: zulke adviezen kunnen zelfs lezers wegjagen, als deze tot de conclusie komt dat hij niet aan de gestelde eisen kan voldoen!
Hetzelfde geldt voor de veel geziende mededeling: ``Deze site bedoeld voor Netscape 3.0'' of ``Geoptimaliseerd voor Microsoft Internet Explorer.'' Zijn er echt mensen die meteen die browser gaan ophalen en installeren om die ene site goed te kunnen lezen?

Met name bij langere documenten bestaat de mogelijkheid dat de lezer het liever uitprint en op papier leest. Dit heeft echter behoorlijk wat consequenties voor het document. Afmetingen zijn anders, kleur is meestal niet mogelijk, en hyperlinks kunnen niet langer worden gevolgd (zie ook hieronder).

2. Vermijd ``online'' taalgebruik

Vaak wordt tekst geschreven die specifiek gericht is op het lezen in een browser. Dit uit zich in teksten als ``Klik hier voor meer informatie'' of ``Surf naar Microsoft voor de nieuwste software'', die bijzonder vreemd overkomen als een document afgedrukt wordt. Ook zinsneden die gericht zijn op een bepaalde browser (``In het Edit menu vindt u...'') of een bepaalde computer (``Gebruik uw rechtermuisknop om...'') moeten zo mogelijk vermeden worden om de tekst leesbaar te houden. Aanwijzingen over hoe de browser gebruikt moet worden, zijn meestal eerder verwarrend of irriterend dan behulpzaam. Ze zijn vrijwel altijd of niet van toepassing, of al bekend bij de lezer.

Figuur 2

Wanneer een ``gewone'' tekst gepubliceerd wordt op het WWW, speelt precies de omgekeerde situatie. Vaak bevatten deze teksten verwijzingen naar andere documenten, of naar andere pagina's of figuren. De eenvoudigste manier is om deze verwijzingen tot hyperlink te maken. Het leest echter prettiger wanneer de relevante tekst zelf de hyperlink wordt. De meeste browsers presenteren een hyperlink op een tamelijk opvallende manier, waardoor het oog van de lezer er sneller naar toe getrokken wordt dan naar de omliggende tekst. Figuur 2 geeft hiervan een voorbeeld. In de tekst links is ``Zie pagina 4'' de link, rechts is dit de zinsnede ``binaire zoekbomen''. De expliciete verwijzing in de tekst kan nu geheel weggelaten worden.

De keuze voor de tekst die tot hyperlink gepromoveerd wordt, is echter niet altijd even makkelijk. De auteur moet er rekening mee houden dat de gekozen tekst sneller gelezen zal worden dan de omringende tekst, vanwege de opvallende presentatie. Het is over het algemeen verstandiger om zinsneden te markeren als link dan individuele woorden, zeker als het kernzinnen betreft. In ieder geval moet uit de gemarkeerde tekst direct duidelijk zijn wat men ``achter'' de hyperlink kan verwachten.

Als dit verwerken in de tekst niet mogelijk is, of tot moeilijk leesbare tekst leidt, kan ook worden gekozen voor het maken van een lijst met relevante links onder de paragraaf of onderaan het artikel. Dit is echter wel lastiger voor de lezer, omdat die nu het hele artikel moet lezen en dan pas de verwijzingen kan volgen.

3. Maak plug-ins en plaatjes niet essentieel

Alhoewel er vaak mooie resultaten mee te behalen zijn, is het toch ten zeerste af te raden om een WWW-site afhankelijk te maken van plug-ins. Niet iedereen kan er gebruik van maken, bovendien is het voor veel gebruikers veel werk om ze te installeren. Daarnaast speelt voor veel mensen ook het veiligheidsaspect mee: regelmatig verschijnen er in computerbladen verhalen over de onveiligheid van Java, ActiveX en andere plug-ins. Of deze verhalen nu waar zijn of niet, voor sommigen is dit reden om te weigeren bepaalde plug-ins te installeren.

Plaatjes worden in de meeste browsers wel ondersteund. De reden waarom een auteur toch niet moet verwachten dat een lezer alle plaatjes bekijkt, is dan ook een heel andere. Het duurt vaak enige tijd voordat alle plaatjes zijn overgehaald. Wanneer iemand alleen maar geïnteresseerd is in de tekst, zal hij sneller geneigd zijn om de plaatjes niet over te halen. Op bepaalde momenten van de dag is het Internet zo druk dat uitzetten van plaatjes de enige manier is om met een enigzins redelijke snelheid documenten binnen te halen.

4. Een beeldscherm is geen papier

Wanneer een auteur gebruik maakt van een tekstverwerker, is hij bezig om tekst te schrijven voor papier. Vanwege de grote gelijkenis tussen moderne WWW-tools en tekstverwerkers, zijn veel auteurs geneigd om onbewust toch de regels voor papier aan te houden. Dit heeft tot gevolg dat de tekst moeilijk leesbaar is op een scherm.

Enkele vuistregels hier zijn: maak niet te veel gebruik van vet of cursief, kies een rustig kleurenschema, en schrijf niet meer dan enkele alinea's per pagina. Als het document erg groot is, kan gekozen worden voor het aanbieden van zowel een versie in één deel en in meerdere delen, dan kan de lezer kiezen.

De toekomst van schrijven voor het WWW

Op dit moment zijn de mogelijkheden voor stijlen en presentatie op het WWW nog erg beperkt. De voornaamste reden hiervoor is dat het oorspronkelijke concept voor HTML voorzag in intelligente browsers die zelf de tekst op een aantrekkelijke manier presenteerden aan de gebruikers. Helaas is hier niet veel van terecht gekomen.

Een aantal browsers ondersteunt op dit moment zogeheten ``Cascading Style Sheets'', waarmee voor elk HTML-element een presentatie gedefinieerd kan worden. Style sheets zijn een bekend verschijnsel uit de tekstverwerking, maar het unieke hier is dat de style sheet van de lezer en van de auteur naast elkaar gebruikt kunnen worden. Een auteur hoeft dus bijvoorbeeld alleen lettertypes voor kopjes te definieren, de style sheet van de lezer regelt dan de tekst- en achtergrondkleuren.

Daarnaast wordt op dit moment hard gewerkt aan de ontwikkeling van XML, een uitbreidbare opmaaktaal (voor de insiders: een vereenvoudigde versie van SGML). Hiermee is de auteur niet langer gebonden aan de beperkingen van de verzameling HTML-elementen, maar kan hij nieuwe elementen definieren al naar gelang zijn behoefte. Met behulp van een style sheet wordt dan de presentatie er van gegeven.

De bestaande filters en WWW-tools zijn op dit moment nog niet erg geavanceerd, en vaak is hun uitvoer ronduit slecht te noemen. Gelukkig begint hier langzaam verbetering in te komen. Wanneer XML en style sheets eenmaal wijder ondersteund worden, zal het eindelijk mogelijk zijn om zonder problemen kan publiceren op het WWW, waar het door iedereen te lezen is.

Aanbevolen literatuur en WWW-sites

Over de auteur

Arnoud Engelfriet is student informatica aan de Technische Universiteit Eindhoven, waar hij zich o.a. bezighoudt met hypermedia en informatiesystemen. Zijn e-mail adres is "galactus@stack.nl".


Article index | Comments
Copyright © 1998 by Arnoud Engelfriet. All rights reserved.